Mijn eigen eigenwijze wijze

In sommige dingen ben ik gewoon, net als ieder ander, denk ik. Ik loop achter de massa aan als het gaat om nieuwe knutseldingen, nieuwe dingen voor het interieur (behalve Riviera Maison en Riverdale en de neppers daarvan).

Daarentegen ben ik allergisch voor al die teksten op (houten) panelen, windlichten, wasknijpers, fotolijstjes en noem maar op. Bah. Ik denk altijd stiekem dat mensen die hun huis volhangen met teksten als Live, Laugh, Love en zo eigenlijk ongelukkig zijn en graag gelukkig willen zijn. Ook die grote panelen met “diepzinnige” teksten overtuigen me er niet van dat het geluk  in dit huis rondwaart. Nee, ik ben NIET jaloers op het geluk van anderen, maar ik vind het zo mushy, zoetsappig. Fake it till you make it: in dit geval: lees de tekst tot je het zelf gelooft en je je op wonderbaarlijke wijze gelukkig voelt.

Oh ja, Riviera Maison. Laatst was ik in zo’n winkel en ik bekeek de open kasten eens goed. Wat een bagger. Planken die niet allemaal even lang waren waardoor ze kierden aan de zijkanten, tafelpoten die scheef waren of scheef gemonteerd waren, fauteuils waar de stof op de randen al aan het scheuren was omdat uit bezuiniging heeeel kort op de rand was gestikt. Tja en met die grofgeweven stof kun je daarop wachten; dat trek je zo uit elkaar.

En Riverdale vind ik gewoon achterlijk duur. Niet gewoon. Bovendien is het gemeengoed in de Vinexwijken, in tweevoud, symmetrie viert hoogtij op de vensterbanken. Twee dezelfde kandelaars/windlichten, twee dezelfde bloempotten met twee dezelfde planten. Wat is dat toch? Nu ik om me heen kijk in mijn eigen huis zie ik ook twee dezelfde kandelaars op het dressoir staan en twee dezelfde waxinelichthoudertjes op tafel. Niet mijn schuld: die heb ik gekregen en die moet je wel neerzetten. Oeps nog twee dezelfde waxinelichthoudertjes op het dressoir. Ehhhh, ook gekregen, Pff daar kom ik mooi onderuit.

Om toch maar weer terug te keren naar het onderwerp wat mijn gedachten zelden verlaat wil ik het hebben over mijn uitvaart. Raar woord; je wordt verbrand of je verdwijnt onder de grond. Wat heeft dat met (uit)varen te maken? Dat zoeken we op (wie kent die legendarische woorden nog van TV?)

Veel lotgenoten hebben hun eigen uitvaart al gepland of gaan dat doen. Ik niet. Er zijn twee liedjes die ik graag zou willen (laten) horen omdat die me op de een of andere manier ooit geraakt hebben. Welke liedjes dat zijn zeg ik niet. Dat weten alleen de ingewijden die mijn afscheid gaan plannen, ooit, over een flink aantal jaren. De reden dat ik mijn uitvaart niet zelf regel is simpel. Het is “jullie” afscheid van mij. Ik ben er niet meer dan. Bovendien heb ik aan den lijve ondervonden hoe het is wanneer alles al geregeld is en wanneer er nog niks geregeld is.

Wanneer er nog niks geregeld is komen de naasten bij elkaar om de tekst voor de kaarten te bedenken, adressen bij elkaar te sprokkelen, te bedenken wie er uitgenodigd worden (“als je die uitnodigt kun je die niet overslaan, dus allebei wel of allebei niet?”) Dat geeft een band en het is het begin van het verwerkings-/rouwproces.

In het andere geval volstaan een paar telefoontjes om de datum van overlijden en uitvaart door te geven aan de drukkerij, nadat de datum van de uitvaart is overlegd met de begrafenisondernemer. En verder staan de naasten met lege handen de dagen tussen overlijden en uitvaart.

Ongetwijfeld zullen een heleboel mensen het niet met mijn theorie eens zijn. Ik zal dan ook braaf met mijn naasten overleggen wat zij willen. Wordt het mijn afscheid of hun afscheid van mij?

Beter kiezen ze voor de tweede mogelijkheid. Vroeger wilde ik een begrafenis met een griezelige oude pianist achter een zwarte vleugel met druipkaarsen erop en een kraai op zijn schouder. Natuurlijk draagt de pianist een zwarte pandjesjas en speelt hij de Dodenmars (altijd goed voor een paar tranen). In de loop der jaren is mijn idee wel wat bijgesteld. Al is het laatste nummer Ding Dong the witch is dead uit The Wizard of Oz. Als het de plechtigheid kan afsluiten met een lach vind ik het prima, want een van de grote massa-dingen waar ik het mee eens ben: vier mijn leven in plaats van mijn dood te betreuren.

Rest me nog 1 ding: zou er nog iets zijn na de dood? Word ik ergens opgewacht door familie en vrienden die me voor zijn gegaan? Kan ik gezellig komen spoken of moet ik “solliciteren” naar de functie van plaaggeest of beschermengel? Lastige keus want sommige achterblijvers wil ik beschermen en andere zou ik stiekem wel willen plagen. We shall see. Of niet natuurlijk.

Advertisements

Ruim twee jaar verder

Inmiddels ben ik ruim twee jaar verder en ik leef nog. Niet voor de volle 100%, maar 80% of zo. Gemiddeld genomen. Er zijn dagen dat ik het liefst mijn hoofd onder mijn dekbed stop en rustig wacht tot die dag voorbij is. Maar er zijn ook dagen dat ik – in gedachten – huppelend door het leven ga. Die dagen komen minder vaak voor dan ik graag zou willen, maar ach, je kunt niet alles hebben.

Het is wonderlijk hoe in die twee jaar mijn kijk op het leven is veranderd. Het feit dat ik doodga is niet meer angstaanjagend, maar gewoon een feit. Het idee is ingedaald, het kwartje is gevallen. Ik word niet meer overvallen door die gedachte. Als ik nu zeg dat iedereen ooit doodgaat, meen ik het. Mijn leven zal wat korter zijn dan ik me had voorgesteld maar daar merk ik niks van. Net zoals ik het niet zal missen dat de blaadjes aan de bomen komen of eraf vallen. Ik vind het jammer, maar kan er niks aan veranderen. Ik maak geen plannen meer voor over 10 jaar of voor over 5 jaar. Ik plan nu tot Kerst en hoop dat ik ook de volgende zomer nog lekker in de tuin kan zitten, in de auto kan stappen om ergens heen te gaan, om naar de markt te gaan of om gewoon te kunnen gaan winkelen. Zelfstandig.

Er is veel veranderd in die twee jaar. Ik heb sinds 1 april 2014 geen baan meer (ik mis mijn collega’s en de regelmaat). Mijn man heeft sinds augustus 2014 geen baan meer en is een boekhandel begonnen samen met onze zoon. De winkel is nu een half jaar open en loopt nog niet helemaal zoals zou moeten om een normaal leven te leiden zeg maar. Het is nog schipperen. Maar er zit groei in en ik ben ervan overtuigd dat het goedkomt. Onze twee dochters zijn het huis uit en wonen samen met hun respectievelijke vriend. Het was wennen en het is nog steeds stil in huis zonder die twee.

Wat mijn ziekte betreft ben ik met de 5e behandeling bezig, chemokuren. Mijn haar is er bijna af. Ik ben nu een punkster met een hanekam. Wel grappig. Mijn pruik heb ik nog niet op gehad. Veel te warm. Mijn organen zijn nog steeds schoon (Halleluja!) en mijn botten zijn er niet veel slechter aan toe. De enige tegenvaller tot nu toe was eigenlijk dat de kankercellen uitgezaaid zijn naar mijn beenmerg waar ze de rode bloedcellen verdringen, wat een laag Hb tot gevolg heeft en ik (te) weinig zuurstof kan transporteren. In maart en mei heb ik een bloedtransfusie gehad, waardoor mijn Hb van 4.5 naar 6.1 was opgekrikt. Na de laatste transfusie was mijn Hb weer langzaam gezakt naar 5.7, maar gisteren was dat gestegen naar 5.9. Mijn lekenverstand zegt me dat dat goed is. Dat de uitzaaiingen naar mijn beenmerg onder controle zijn. Ik hoop dat ik dat goed heb bedacht en dat ik nog een hele tijd door mag gaan met deze chemokuren. Het fijne ervan is dat ik een uur voor de kuur 8 mg Dexamethason moet innemen tegen een evt. allergische reactie. De dag erna (gelukkig een zaterdag) ben ik hyper. Een stuiterbal. Niet te stoppen. Het voelt alsof er een mist in mijn hoofd is opgetrokken en ik weer helemaal mijn oude zelf ben, druk en vol energie en plannen. Als ik moet stoppen met deze chemo’s moet ik maar aan de XTC of aan de Cocaïne, want dat gevoel, die hyperdag wil ik absoluut niet meer missen.

Wat mijn sociale leven betreft. Hmm. Laat ik heel voorzichtig zijn en hierover zeggen dat de mensen van wie ik “iets” had verwacht me aardig teleurstellen en mensen van wie ik niets verwacht zijn super! Sommige mensen vinden het nodig voor me te denken en beslissingen voor me te nemen door me niks te vertellen of me niks te vragen “want dat kan ze toch niet”. Bij deze: ik kan (bijna) alles. Ik kan geen kilometers wandelen, maar wel gewoon de stad in om te winkelen als ik af en toe ergens even lekker op een terrasje kan zitten. Dat doe ik dan ook gewoon, maar dan alleen. Ik kom mijn dagen wel door. Sta niet zo vroeg op, kijk TV, lees, kruip achter de naaimachine, doe een spelletje op mijn tablet, haal boodschappen, doe het huishouden in etappes. Het enige wat ik lastig vind is het altijd alleen zijn. Ik begrijp ineens al die eenzame ouderen. Het is niet leuk. Een buddy zoeken? Niks voor mij. Geen zin om energie te steken in iemand die ik niet ken. Zo wanhopig ben ik ook weer niet.

Ik zal proberen wat vaker te schrijven. Over leuke dingen.

This entry was posted on 6 August 2015. 1 Comment